Sla over naar de inhoud

Categorie: adoptie

Afscheid

Columns schrijven over mijn kinderen was het allermooiste dat er was. De verbinding die ik daardoor ervoer, was altijd heel intens. Ik schrijf ‘was’, omdat de tijd mij dagelijks wijst op hun aanstormende jong-volwassenheid. Op een dag worden kinderen te oud om over ze te schrijven.

Begrip, grootste cadeau voor kind met trauma

De Zuid-Afrikaanse hechtings- en traumadeskundige dr. Renée P. Marks werkt al ruim dertig jaar met getraumatiseerde adoptie- en pleegkinderen. Volgens haar zijn de adoptieouders de belangrijkste personen bij het verwerken van vroeg trauma. Wat is trauma precies en waarom is het zo belangrijk voor adoptiekinderen dat het ‘gezien’ wordt? Lees hier het interview dat ik met haar had voor het Adoptiemagazine.

Stabiele, sensitieve zorg helpt adoptiekinderen

Een ondersteunende opvoeding is cruciaal voor een goede ontwikkeling van adoptiekinderen. Dat concludeert de Leidse promovenda Christie Schoenmaker. Ook constateert ze dat ondervoede adoptiekinderen aanvankelijk een lagere IQ-score hebben, maar dat de ondervoeding geen rol meer speelt bij het latere beroepsniveau. In het onderzoek zijn twintig jaar lang adoptiekinderen gevolgd uit verschillende landen.

Lees de samenvatting van het onderzoek op de site van de Leidse Universiteit.

Lees hier het artikel in de Volkskrant   van 1 mei

Lees hier het artikel in het Adoptiemagazine  van juni

Een volwassen generatie rouwt en geeft betekenis

Ervaringsverhalen van pleegkinderen en geadopteerden:

Valse start, de gevolgen van een verstoorde jeugd, Szabinka Dudevsky | Lemniscaat 2013
De Adoptiemonologen, Marina van Dongen | Scriptum Psychologie 2013

‘Er is een groot verschil tussen hoe ik mijn jeugd beleefde, en hoe ik er nu op terugkijk. Achteraf zie ik dat ik veel emoties heb geblokkeerd om goed te kunnen functioneren, maar dat heb ik als kind nooit zo ervaren. Het was gewoon een gegeven: mijn broer en ik waren kinderen van onze ouders en toevallig kwamen we uit Griekenland, klaar.’

Het zijn de eerste woorden in een interview met de uit Griekenland geadopteerde Jan Willem Mulder (25) in De Adoptiemonologen. De verschillen tussen de ervaringen in de jeugd en die in de volwassenheid vormen een rode draad in veel verhalen in het recent verschenen boek ‘De Adoptiemonologen‘; eenendertig geadopteerden zijn in dit boek door Marina van Dongen geïnterviewd over hun adoptiegeschiedenis en hoe zij daar nu, in de volwassenheid, mee omgaan. Het zijn stuk voor stuk confronterende verhalen waar het verdriet en de pijn over het afgestaan-zijn op allerlei manieren zichtbaar wordt. Jan Willem Mulder is een van die dertig geïnterviewden. Hij verwoordt wat ik in veel verhalen lees: om echt te kunnen rouwen, moesten zij volwassen worden. Dat is wat ik ook lees in de ervaringsverhalen in het boek ‘Valse start, de gevolgen van een verstoorde jeugd‘, geschreven door Szabinka Dudevsky. Zij interviewde zestien pleegkinderen die inmiddels volwassen zijn.

Haar zoontje is een Miao

Anna’s adoptiekinderen zitten op dezelfde school als die van mij. We hebben ze ongeveer in dezelfde periode opgehaald uit China. Haar zoontje Yun is bijna negen. Een leeftijd waarop jongens als apen op de rots vechten voor hun positie in de groep, en daar doet Yun gretig aan mee. Toch is hij volgens Anna diep in zijn hart nog altijd net zo zachtaardig als toen hij drie was. Als de andere apen niet in de buurt zijn, huppelt hij gretig de dag door aan de hand van zijn moeder.
Anna vindt het soms moeilijk om weerstand te bieden aan zijn smekende bruine kijkers. Heel soms geeft ze dan ook aan zijn verlangens toe. Dan houdt ze hem bijvoorbeeld een dagje thuis. Samen kabbelen ze dan gemoedelijk de dag door: iets later opstaan, nog even in pyjama blijven; een beschuitje met hagelslag eten en daarna spelen met de knuffels of de lego, terwijl Anna de tafel opruimt. Als zijn grote zus naar school is, mag de televisie even aan. Teletubbies, Zandkasteel. Daarna drinken ze samen iets lekkers en kleedt Yun zich aan. Samen wandelen ze naar de supermarkt, ze zetten er stevig de pas in, want daar houdt hij van, zo vertelt Anna. Zijn sterke benen dragen hem moeiteloos overal naartoe. Hij heeft van zijn geboorteouders een mooi, sterk lijf gekregen en een stevige duurconditie.

Wie zelf durft te rouwen, durft zich ook te verbinden met het adoptieverdriet van zijn kind

Als mensen zich niet veilig voelen, bouwen ze voor hun hart een ophaalbrug. Zodra ze een verwonding oplopen, halen ze die brug op. Op zich is dat niet erg, het kan helpen bij het genezingsproces. Maar het risico bestaat dat de brug gaandeweg het leven steeds vaker opgehaald blijft. Op zo’n moment hebben we geen verbinding meer met onszelf, terwijl dit broodnodig is om in contact te blijven met onze kinderen: een neergelaten ophaalbrug is de zuurstof voor de liefde die het ouderlijk hart doet stromen. Alleen dan kan een kind veilig in en uit lopen. Voor adoptiekinderen is dat extra belangrijk.

Stoere beroepen 1 & 2

Stoere beroepen en Stoere beroepen 2
Door Nathalie Righton en Ton Koene

Soms vraag je je af waarom een boek niet al veel eerder bestond. De inhoud is dan zo vanzelfsprekend, dat je het tien, twintig of dertig jaar geleden ook al wel had willen lezen. De boeken ‘Stoere beroepen’ en ‘Stoere beroepen 2’ zijn zulke uitgaven. Twee inspirerende boeken over honderd-en-één banen voor jongeren uit alle milieus. Is deel 1 bedoeld voor jongeren van zowel VMBO, HAVO als VWO, deel 2 richt zich specifiek op de doeners, de kinderen die niet kunnen stilzitten en het liefst gisteren nog met hun handen aan de slag hadden gewild.

Op weg naar huis

Op weg naar huis

Jan Michael, Lemniscaat, 2007, ISBN 9056379834, 13,95 euro

Het tienjarige jongetje Sam woont in een stad in Malawi; hij heeft zijn ouders verloren aan aids en moet nu met zijn tante mee naar het platteland. Alles wat hem lief was, moet hij achterlaten: zijn computer, zijn school, zijn stadse gewoontes. In het dorp van zijn tante, waar zijn moeder ook geboren is, is alles veel primitiever, er is zelfs geen electriciteit. Hoewel hij hier veel neefjes en nichtjes heeft, voelt Sam zich bij zijn tante heel eenzaam. Hij mist zijn moeder, en het stadse leven.

Het negen maanden wonder

Het negen maanden wonder
ISBN 978 90 5897 687 1, 24,95

Op de cover van het boek ‘Het negen maanden wonder’ is een afbeelding te zien van een baby in de baarmoeder. Het kindje heeft de duim in de mond, en langs het gezichtje kronkelt een plastisch rood-roze lint. ‘Is dat de navelstreng?’ vroeg mijn 8 jaar oude dochter, onmiddellijk gefascineerd door het indringende beeld van deze slapende foetus. Die middag heb ik mijn dochter niet meer gezien of gehoord. Samen met een 13-jarige vriendin uit de straat is ze zeker twee uur lang ondergedompeld geweest in de fascinerende wereld van de groeiende baby in de baarmoeder.

‘Fiet wil rennen’

Fiet wil rennen’, Bibi Dumon Tak & Noëlle Smit (4+)
Querido, 2009, 13,95 euro, ISBN 978 90 451 0758 5

Fiet is een hyper-energieke struisvogel met eigenwijze benen en een onverzettelijke eigen wil. Hij houdt van rennen, het liefst de hele dag. Soms rent hij ook ’s nachts. Héél zachtjes, op zijn tenen. Zelfs als het regent rent Fiet. De regen klettert dan zo lekker tegen zijn kop. Vooral als hij hard gaat. Maar vandaag gaat Fiet niet hard. Er zit iets in de weg, en Fiet staat bijna stil. Het is de wind die ongelooflijk hard waait, en die de eendjes ‘als wilde klontjes op en neer doet dobberen’, die de bomen krom laat staan, en die raast en giert en rukt en plukt alsof hij wel honderd handen heeft. Hoe kan hij die wind laten stoppen?